De nieuwste van
Sol Invictus, een van de meest constante namen binnen de neofolk, is op een bepaalde manier net als de anderen. Dat wil zeggen, het is een typisch
Sol Invictus-album, maar toch ook een eigenzinnige sound. Het is tegelijkertijd fris, maar erg voorspelbaar, een goede balans voor zowel nieuwkomers als fans.
Deze keer is het geluid in twee richtingen aangepast, gebaseerd op de stijl van
Thrones en
The Hill of Crosses. De muziek zelf is complexer geworden, maar ook vreemder en etherischer. The percussie is relatief afwezig in de meeste nummers - alhoewel we die massieve, knallende militante drums die zo typisch zijn voor
Sol Invictus terughoren op het titelnummer. Elders zijn ze opmerkelijk zeldzaam - in plaats daarvan krijgen we gelaagde, voorzichtig geschapen geluidsvelden, met fonkelende, spookachtige boventonen van blazers en violen, die de brommende atonale dieptes van de electronica en getergde samples verhullen. Zelfs de gitaar is de helft van de tijd verscholen in dit woud van geluid, zo nu en dan opduikend voor nummers als de relatief rauwe interpretatie van "Twa Corbies' (die zoveel beter is dan de versie op
In the Jaws of the Serpent, doch er duidelijk op gebaseerd). Er is echter zeker genoeg variatie, zodat er genoeg dynamiek is om de luisteraar te blijven boeien. De tekstuele en muzikale thema's zorgen voor een gevoel van heelheid, en er zijn weinig plaatsen waarop je het gevoel krijgt dat je geduld op de proef wordt gesteld ("Where Stone Lions Prowl" is misschien iets te lang, "A Steed For the Devil" wat overbodig). Dit zijn echter maar kleine minpunten, op een album dat over het algemeen episch en zelfverzekerd overkomt.
Al met al is dit een frisse kijk op de
Sol Invictus-sound, die laat zien dat de band nog steeds iets te zeggen heeft, al is het maar met één stem. Iets interessants dat opvalt in de vermeldingen in het boekje is dat er relatief veel nummers tussen zitten met teksten uit andere bronnen: "The Silver Swan", "Twa Corbies" en "There Did Three Knights Come From the West" zijn stuk voor stuk traditioneel (en "We Are the Dead Men" zou het zo kunnen zijn), terwijl "The North Ship" gebaseerd is op een gedicht van
Philip Larkin. Dit is een vrij groot aantal op een album met veertien nummers, waarvan drie instrumentaal, en het is interessant om te zien dat
Sol Invictus zich steeds meer vrijheden veroorlooft wat betreft hun eigen stijl van folk, terwijl ze tegelijkertijd meer 'echte' folknummers in hun repertoire opnemen.
Dit is zeker een heel goed album, en gegarandeerd een traktatie voor iedere serieuze neofolkfan, en ook interessant voor iedereen die geïteresseerd is en dark ambient en aanverwante muziek. Samen met het recentere
Black Ships Ate the Sky van
Current 93 bewijst dit album dat de veteranen van het subgenre nog steeds een sterke voorsprong hebben op veel van de jongere bands die opkomen, en als deze albums zo goed zijn, moge dat nog lang zo doorgaan.
Quietus