Sommige lezers zullen zich nog wel herinneren dat ik mijn
eclipsrecensie van Geisterfaust - de allereerste op deze site - afsloot met de observering dat het einde van het album vele wegen openliet voor zijn opvolger. Nu, drie jaar later, is die opvolger er, en ik was in het begin behoorlijk verrast door het resultaat.
In plaats van nogmaals de minimalistische weg van
Geisterfaust in te slaan is
Dolores een stap terug in de richting van eerder
Bohren-werk. Zoals het gecanoniseerde
Black Earth ligt
Dolores ergens tussen de duistere stadsjazz van
Sunset Mission en de leegte van
Geisterfaust. In tegenstelling tot de heersende mening vond ik
Black Earth nooit echt het beste album van de band; ik heb liever de rijkere, respectievelijk ijlere extremen van de omliggende albums.
Dolores is echter een ander verhaal.
Toen het album voor het eerst hoorde was ik enigszins teleurgesteld, precies omdat ik bang was dat de stijl wel erg de kant van
Black Earth op zou gaan. Maar toch, deze plaat laat me maar niet los, en hij is sinds hij is uitgebracht niet meer uit de muziekspeler verdwenen. Ik heb hem al zeker een paar dozijn keer gehood, en dat is veel voordat ik normaal gesproken een recensie schrijf. De reden daarvoor is denk ik dat dit album veel volwassener is dan
Black Earth, met veel betere composities en geluid.
Een paar indrukken: de opener "Staub" heeft een sfeer die bijna die van het geweldige "Zeigefinger" evenaart, met een vlekkeloos getimede hoofdmelodie op Rhodespiano. Een andere favoriet van me is het vuige jazznummer "Still am Tresen", dat, als ik de band tijdens een concert goed heb begrepen, iets te maken heeft met rondhangen in bars. De saxofoon is ook weer terug van bijna weggeweest, alhoewel de rol nog wat bescheidener is dan vóór het vorige album. Tegen het einde vinden we het mooie, minimalistische stuk "von Schnäbeln" op orgel en Rhodes, een fraai, duister tussenstuk vlak voor de twee laatste nummers die wederom bewijzen dat
Bohren een eigenaardig talent heeft op het gebied van het schrijven van nummers die perfect thuis horen aan het eind van een album.
En wat een album is het geworden... Deze vier Duitsers hebben van duistere jazz een kunst gemaakt, en dit, hun zesde langspeler, is een bekroning op een carrière die toch al indrukwekkend was, zowel live als op plaat. Deze dame is verkrijgbaar zowel op CD als op een stijlvolle dubbel-LP in vouwhoes. Absoluut onmisbaar voor liefhebbers van duistere stadse muziek met een abstract randje.
O.S.