Als platenlabel en produktiehuis heeft Tursa (
http://www.myspace.com/tursa en
http://www.tursa.com) de afgelopen twee jaar enkele belangrijke veranderingen en ontwikkelingen meegemaakt.
Tony Wakeford's band vol vrolijke troubadours,
Sol Invictus (
http://www.myspace.com/solinvictushq) stond garant voor het grootste deel van de Tursa-uitgaven, maar reikt nu verder dan ooit. Sol reflecteert Tony's persoonlijke muzikale visie, evenals zijn uitzonderlijke persoonlijke ontwikkeling, inclusief politieke tegenstellingen, interesses en bezigheden, en ideeën uit een periode van de Britse cultuur van de jaren '70 tot nu. Ze staan aan de basis van een uitzonderlijk onafhankelijke muzikale en culturele scene, die ontwikkeld is vanuit punk en post-punk, via industrial, tot de folk noir of neofolk van vandaag. Er is weinig geschreven over deze underground,
David Keenan’s
England’s Hidden Reverse en
Diesel en
Gerten’s
Looking for Europe uitgezonderd, maar een snelle blik op het WWW verraadt een gigantisch aantal websites, MySpace-pagina's, forums, platenmaatschappijen, en distributeurs die op dit gebied werkzaam zijn - zie onder andere Soleilmoon, Tesco, Dark Vinyl, Athanor, Cynfeird, Strange Fortune, Trisol, Woven Wheat Whispers, Cold Spring, Eis Und Licht, Hau Ruck. Hoewel de scene niet veel erkenning krijgt in de mainstream-media (met Zero Tolerance als belangrijke uitzondering) in Europa, hebben de artiesten en fans een levendige en doordachte muzikale en culturele underground gevormd, en verkennen ze ideeën rondom heidendom, ecologie, individualisme, anarchisme en lokale culturele tradities. Er zijn ook elementen binnen de scene die ideeën naar voren brengen die gerelateerd zijn aan Nieuw Rechts, maar deze groepen zijn gelukkig klein en marginaal te noemen.
Tony, als Engels artiest, heeft zijn kunst met Sol door verschillende fases ontwikkeld. De vroege opnames met rauwe gitaar, bas en drums zijn vervangen door een evoluerend complex aan strijkers, hobo's, viool, bodhrán, 'gevonden geluiden', akoestische gitaar, bas, en natuurlijk Tony's opvallend duistere en emotionele zangstijl. De vroege albums behandelden thema's als heidendom en magie, maar inmiddels gaat het vooral over religie, nationalisme, individualisme, liefde, en de vreemde, eigenaardige aard van de Engelse cultuur. Tony was bij het beheren van Tursa deels geïnspireerd door
David Tibet en zijn uitgaven van
Current 93 en
Nurse With Wound op de labels Maldoror, United Diaries en uiteindelijk Durtro (
http://www.durtro.com).
Death In June had ook zijn eigen New European Recordings label, alhoewel dit met name
Douglas P.'s kindje was (
http://www.deathinjune.net), dus Tony vond, toen hij
Sol Invictus begon, dat hij zijn eigen lot moest bepalen, en begon zijn eigen label met behulp van de Enterprise Allowance Scheme (een poging uit de tachtiger jaren van de Engelse regering om mensen van hun uitkering af te krijgen, en op het pad naar kapitalistische ondernemingen). Alhoewel hij niet de Richard Brason van de post-industrial is geworden, heeft hij zeker geprobeerd om zijn werk te presenteren en verkopen aan een breder publiek. Door de jaren heen heeft het label 23
Sol Invictus-albums uitgebracht, en ook platen van
Skald,
Sieben en
Algiz. Na een turbulente relatie met World Serpent (een distributeur en financier voor Tursa die eindigde in een ineenstorting en faillisement van het bedrijf, waardoor Tony met schulden en onbetaalde royalties achterbleef) besloot hij Tursa te gebruiken als deels een onafhankelijk label en deels als vehikel om platen aan andere labels uit te besteden. Tijdens het voortschrijden van de jaren 2000 heeft het internet grote verandering teweeg gebracht in de muziekwereld, en ook de underground zoals neofolk en post-industrial is niet onaangetast gebleven. Het net veroorzaakte een afname van platenverkoop door peer-to-peer filesharing, maar tegelijkertijd bracht het mensen en scenes dichter bij elkaar door netwerksites als MySpace, forums, websites en webgemeenschappen. Met dit alles in zijn achterhoofd heeft Tony Tursa op verschillende manier vernieuwd en gerevitaliseerd.
Ten eerste heeft hij de Israelische/Joodse artiest
M of
Reeve Malka ontmoet. Reeve and Tony kwamen voor het eerst in contact via 'het kwaad' dat MySpace heet. Reeve had wat werk gedaan met
Jarboe voor een nog uit te brengen project, en omdat Tony al eens eerder met haar had samengewerkt bekeek hij Reeve's werk. De twee gingen corresponderen en zo begon het: ze probeerden manieren te vinden waarop ze konden samenwerken. Reeve is niet alleen muzikant (
M,
Init,
Hatch,
The Miller Test - zie
http://www.idv33.com), maar ook een getalenteerd producer, en ze besloten dat er wel eens een vruchtbare relatie zou kunnen onstaan; ten eerste met Reeve als producer van Tony's werk, en ten tweede als gezamenlijke eigenaars van Tursa, aangezien zijn zakenkennis veel verfijnder was als die van de bescheiden Wakeford, wat deze ook maar wat graag toegeeft. Hun eerste uitgave was Tony's soloalbum
Into the woods, een gelaagd en prachtig geschapen album dat Tony's gestructureerde composities laat zien op nummers als "Down the Road Slowly" and "The Devil Went a Travelling", alsook zijn talent voor het maken van sfeervolle stukken duistere ambient, die in het geval van dit album een oud Engeland oproepen, doordrenkt met magie, angst en mystiek (op "Into the Woods"), maar ook aards qua teksten op nummers als "The Hangman’s Son" en "The London Hanged". Het album heeft laten zien dat de nieuwe samenwerking tussen Tony en Reeve echt iets speciaals aan het worden is. Ze hebben ook aan het project
Orchestra Noir gewerkt, en een blik op de MySpace van deze band laat zien hoe Tony en Reeve's samenwerking dit project begint om te vormen tot een stimulerende mengeling van klassiek, ambient en de stemcombinatie van Tony,
Autumn Grieve en
Jessica Constable.
Als nieuwe zakenpartners en productiehuis zijn Tony en Reeve begonnen met het opzetten van een bescheiden imperium aan bands en projecten die oorspronkelijk voort zijn gekomen uit Tony's eigen creatieve visie. Hij gaat verder met het project Orchestra Noir (
http://www.myspace.com/orchestranoir), met een schare aan muzikanten, waarvan sommigen bekend zijn in de wereld van klassiek:
Guy Harries (dwarsfluit, hobo -
http://www.myspace.com/guyharries),
Mark Baigent (
http://www.myspace.com/markbaigentoboe),
Richard Moult,
Alexandria Lawrence, enz. Ook heeft hij enkele nieuwe projecten ontwikkeld -
The Triple Tree met
Andrew King (
http://www.myspace.com/thetripletree),
Grey Force Wakeford met
Nick Grey en
Kris Force (
http://www.myspace.com/greyforcewakeford),
Wardrobe met
Andrew Liles (
http://www.myspace.com/andrewowenliles, en zijn eigen soloproject. Tony en Reeve hebben wat interessante nieuwe artiesten toegevoegd aan de Tursa-stal:
The Zunroyz, een folkband uit de Oekraïne, en de melancholische en sfeervolle pop van het uit Londen afkomstige
Hong Kong in the 60s.
De rest van het decennium belooft spannend te worden voor de steeds groeiende groep artiesten bij Tursa. Met deze ontwikkelingen in het hoofd, en een interesse in Tony's kijk op het leven en verschillende paden die hij heeft bewandeld ging ik zitten voor een kopje thee en een stuk Courgettetaart in Tony's woning in Londen, samen met hem en Reeve Malka. We begonnen met het bespreken van Tony's eerste interesse in politiek, en zijn lidmaatschap van de Internation Socialists (wat later de Socialist Workers Party werd):
PW - Vertel me eens over je betrokkenheid bij de International Socialists en je tijd als lid:
TW – Ze (de IS) kwamen gewoon een keer aan de deur om een exemplaar van hun krantje te verkopen aan mijn zus - die was van het 'gepeupel', zeg maar - en zo werd ze erbij betrokken. Ik was toen ongeveer 13 en zij was zes jaar ouder; ze was een skinhead, en ik een kleine mini-skinhead. Voor mij was het in het begin een makkelijke manier om de pub binnen te komen, aangezien de meeste bijeenkomsten in pubs waren, Na een tijdje raak je natuurlijk betrokken, en en zij kreeg iets met een van die gozers van de partij. Dus ik was ook betrokken en werd vrij actief; voor een socialistische of extreem-linkse groep waren ze denk ik een van de beste, of in ieder geval de minst slechte. Ze waren makkelijk in de omgang en hadden een goed gevoel voor humor. Ook waren ze niet erg dogmatisch, maar uiteindelijk veranderde het toch in de gruwel van de SWP [Socialist Workers Party,
Wikipedia].
PW - Dus wat betreft hun politiek raakte je gedisillusioneerd?
TW – Nou, ik was nogal een samenraapsel van invloeden; mijn vader was een winkelier, oud-agent van de militaire politie, en een aanhanger van Enoch Powell, dus ik was al van jong af aan erg gemengd. Ik was erg socialistisch, ik woonde in sociale woningbouw, vlak bij St. George's Hill, dat een van de duurste stukken onroerend goed in het land was in die tijd. In de huizen daar zaten allemaal rocksterren, m'n vader was toen een taxichauffeur, en hij reed rond met die sterren, en rijke Arabieren, dus er zat een vreemde mengeling van allerlei tegenstrijdige vooroordelen in mij. Ik vond mijzelf vrij socialistisch en links, maar was ook nogal racistisch, zoals veel mensen waren. Dus er was echt een mix van verschillende meningen. Ik raakte ook betrokken bij veel anti-fascistische acties in die tijd, wat nogal ironisch is, aangezien ik nu veel kritiek krijg - maar ik heb waarschijnlijk meer fascisten geramd dan een hoop mensen die nu kritiek op me hebben ooit hebben gedaan.
Ik was niet echt gedisillusioneerd door de International Socialists, maar toen de SWP de Rock Against Racism acties begon te domineren, en mensen zoals ons allerlei slagvelden op zond kreeg ik er genoeg van. Dat is het probleem van extreem links: het is erg gedomineerd door de middenklasse, en er is een soort zelfhaat die wordt uitgedrukt doordat iets Engels nooit goed kan zijn. Maar alle culturen zijn een mengeling van goed en slecht. Het is jammer dat er vandaag de dag nog steeds die zelfhaat is waar
George Orwell over sprak; die haat is negatief, destructief, en vervreemdt veel mensen.
PW – Was dat dan een van de redenen waarom je gedisillusioneerd raakte?
TW – Ja, gewoon hoe we werden behandeld als leden. Alle extremistische groepen zijn hetzelfde: ze leven in een soort bubbel. Over delen van extreem-rechts kun je precies hetzelfde zeggen: ze hebben geen verbinding met de realiteit. Allebei de extreme kanten komen samen als een soort cultusgekken. Extreem-links en de arbeidersklasse liggen in ieder geval mijlenver uit elkaar.
PW – Dus wat betreft de muziek, die toen heel politiek was; Crisis was erg politiek op een linkse manier, maar dan breek je met extreem-links, Crisis gaat uit elkaar, en later ontstaat Death in June. Daar is dan een soort symbolisme dat met extreem-rechts wordt geassocieerd, en een heel imago dat opgebouwd lijkt rondom een soort extreem-rechtse esthetiek. Lag een deel van de aantrekkingskracht van die politiek en esthetiek erin om - zoals Douglas P wordt geciteerd - de 'linkerflank' van het Nationaal-Socialisme te vinden, of zelfs het socialistische element van die politiek, en de aantrekkingskracht daarvan?
TW – Ja, ik denk dat een van de gevaren van het sterk betrokken zijn in anti-fascisme het gevaar van de aantrekking is. Je definiëert jezelf zo sterk in tegenstelling tot iets dat het een obsessie wordt. Je leert er meer en meer over, en het wordt raar. I was altijd een socialist geweest, maar ik snapte niet wat er zo fout was aan het leuk vinden van je eigen land en patriotisme, en ik vond dat de mening van de Britse arbeidersklasse werd genegeerd. Dus, in de naam van een patriotisch socialisme, was ik geïnteresseerd in wat er
hier gebeurde, en niet duizend kilometer verderop, en ik keek eens goed rond. Terwijl ik gedisillusioneerd raakte met links werd dat een interesse. Dus wanneer je dan mensen als de gebroeders Strasser [
Wikipedia] en hun ideeën ontdekt, klikte er iets op een bepaald niveau, en helaas voor mij viel dat samen met het NF [National Front,
Wikipedia], die ook zo'n stroming hadden. Ik herinner me dat ik een blaadje van hun oppikte en dat ik verrast was omdat het behoorlijk links was. Dus wanneer iedereen uit de linkse hoek je vertelt dat het NF een stelletje hielenlikkers van het kapitalisme zijn, en dan blijkt het tegendeel, dan denk je op een naïeve manier van 'hee, misschien zit hier toch wel wat in. Misschien is dit een alternatief.' Ik moet hier wel aan toevoegen dat ik de enige was die zo dom was om erin te trappen. Noch Doug, noch Pat [Patrick Leagas] deelden mijn doodswens. Maar de reden waarom ik er zo'n spijt van heb is dat hoe je het ook bekeek, de onderliggende politieke stroom is, of was in ieder geval toen, anti-Semitisme. Het was ook erg bizar dat ik aan de ene kant het linkse anti-Israel idee had, maar daarvoor ook al Joodse vriendinnen; het
Crisis-nummer "Holocaust" ging over de Nazi's en het uitroeiïngsprogramma, en ik was erg anti-Nazi; dat is een van de echt beschamende dingen, dat je dan in die bubbel van extreem-rechts terecht komt, en de dingen waar je het niet mee eens bent negeer je dan maar. Toen ik erbij kwam zei ik dat ik erg socialistisch en patriotisch was, en ik wou niets weten van holocaust-ontkenning en anti-Joodse dingen, dat vond ik onzin. Maar dan kom je in die bubbel, je drinkt en hangt rond met mensen, en dan glijden de dingen gewoon weg. Uiteindelijk, moet ik tot mijn schaamte bekennen, ga je drinken of naar een feestje, en dan kom je er achter dat dat voor de verjaardag van een of andere genocide-maniak is. Ooit zo ik daardoor geschokt zijn, maar omdat je in die politieke bubbel zit ga je er in mee. Nu ik er op terugkijk realiseer je je dat je jezelf allieerde met iets dat, hadden ze ooit ergens macht gekregen, dan zouden veel van je vrienden en je vrouw nooit geboren zijn.
PW – Het NF heeft altijd succes gehad met het recruteren onder voetbalsupporters, jonge jongens die van muziek, cultuur en knokken hielden, en die in zeker opzicht patriotisch, socialistisch waren, maar toch het gevoel hadden dat links vol zat met middenklasse-intellectuelen. Maar deze mensen kregen vaak genoeg van de leiders van deze organisaties, vroegen zich af wat de motivaties waren, en vaak botsten de extreme racistische elementen met de relatie die ze hadden met zwarte jongeren in de stad, op de werkplaats, of op school. Hoe keek jij tegen deze leiders aan?
TW – Ik denk dat geldt voor alle partijen en extremistische politiek dat hoe verder je de ladder beklimt, hoe corrupter en on-idealistischer het wordt. Je hebt al die muppets op de straat, of het nu het NF of de SWP is, die hun handen vies maken en al het werk doen, maar hoe verder je de totempaal beklimt, hoe cynischer en corrupter het wordt. Het is allemaal een beetje een cultus.
PW – Dus wanneer heb je besloten dat je er genoeg van had, en dat je weg moest uit die politiek?
TW – Deze periode viel voor mij samen met kleine criminaliteit, drugs (gebruiken en dealen), alcoholmisbruik - in het algemeen een neerwaartse spiraal. Ik werd wakker op een dag en besefte dat als de politie voor de deur zou staan en een huiszoeking zou doen, ik wel voor lange tijd weggestopt had kunnen worden. I zag dat ondanks alle veranderingen in het NF en alle verschillende ideeën, de onderliggende ethos nog steeds was dat de Joden overal schuld aan hadden, ook al waren wij wel met een paar bij het NF die zeiden dat "if it rains they’ll blame the Jews." Bovendien, ook al was ik racist, het idee om geweld tegen iemand te gebruiken vanwege zijn ethniciteit voelde verschrikkelijk; ik was altijd beleefd tegen mensen, ongeacht de achtergrond, want ik ben erg ouderwets Engels wat dat betreft. Als mensen beleefd tegen mij zijn, ben ik beleefd terug. Ik vind slechte manieren zelfs een van de ergste dingen, dus zo was ik gewoon niet. Dus hoewel de mensen in het NF niet allemaal het kwaad zelve waren, waren er een paar ongelooflijke eikels die gewoon afgemaakt hadden moeten worden, dus ik dacht 'waar ben ik in hemelsnaam mee bezig, zo ben ik niet.' Ik probeerde mezelf los te werken uit dat alles, en dat lukte niet meteen; het was een geleidelijk proces.
PW – Bij ieder organisatie die je verlaat waar je wat tijd hebt doorgebracht hou je nog vrienden. Zou je kunnen zeggen dat je contact hebt gehouden met mensen die in de organisatie zaten nadat je vertrokken was?
TW – De meeste vriendschappen had ik met mensen die ook gedisillusioneerd waren geraakt door de politiek, dus ik had al gauw geen vrienden meer binnen het NF. Vriendschap in zulke organisaties, net als de SWP, hebben meestal te maken met het deel uitmaken ervan, en wanneer je vertrekt is de vriendschap dood, je wordt een banneling. Het is een soorte slechte versie van de Mafia. Maar goed, op het moment ken ik niemand die lid of actief is in een van die extreem-rechtse organisaties. De mensen die ook vertrokken zijn, daar heb ik nog wel eens wat mee gedronken om erover de klagen en mopperen, en uiteindelijk zeiden we altijd "what the fuck were we doing?". Natuurlijk blijven bepaalde denkbeelden wel een tijdje hangen, maar hoe verder je ervan weg komt, hoe minder je die ideeën hebt. Ik bedoel, op het moment sta ik er verder vanaf dan ooit, ik heb er echt totaal geen interesse meer in. Ik vind het heel vreemd. Voor mij is het verleden echt eindeloos ver weg.
PW – Dus sinds het verlaten van het NF en DIJ, wat zijn de belangrijkste thema's van Sol voor jou? Je lijkt je te concentreren op Engelsheid, Heidendom, het Occulte, Runen, Religie... zijn dit nieuwe invloeden voor je, of thema's die je al met je meedroeg op je vroegere pad?
TW – Ja, ik denk dat ik om kritisch op mezelf te zijn altijd een groot idee of utopie nodig heb om op te steunen. Op een bepaalde manier was de interesse in magie, runen en heidendom een manier om een leegte op te vullen; het occulte is natuurlijk ook net als al die politieke organisaties; het is een beetje een gestoorde boel. Mensen zitten in bed, denken dat ze geweldig zijn, ofwel de nieuwe Lenin, Mosley of Aleister Crowley, maar in de praktijk zijn het gewoon rukkers. Uiteindelijk kom je toch tot de conclusie, om de Marx Brothers even verkeerd te citeren, dat 'iedere organisatie die jou als lid wil, er waarschijnlijk niet een is waar je bij wilt horen'. Ik vind het nog steeds moeilijk om op dit alles terug te kijken. Ik heb het onder tafel geveegd, niet omdat ik het geheim wil houden, maar omdat ik me ervoor schaam. Ik wil het het liefst gewoon vergeten, maar zo werkt het leven niet. Engelsen willen nu eenmaal graag ergens bij horen, of het nu The Women's Institute is of de Trainspotters, en ik denk dat ik daar gewoon een extremere, sociopathische versie van ben geweest.
PW – Hoe zit het met de ontwikkeling van Sol? Welke thema's bleven er over toen je gedisillusioneerd raakte met magische en heidense elementen?
TW – Ik denk dat er, voor goed of voor kwaad, altijd een element in zit van dat ik een Engelse artiest ben. Veel van de muziek die ik goed vind reflecteert een gevoel van plaats of cultuur, want anders speel je gewoon liftmuziek voor zakelijke troep. Misschien ben ik gewoon hopeloos reactionair, maar ik denk dat muziek een expressie van de artiest moet zijn. Een deel van een artiest - niet het enige - maar een deel is altijd waar je vandaan komt, en de cultuur waarin je bent grootgebracht, en dat zou te zien moeten zijn in de kunst die je maakt. Dus ik ben een erg Engelse artiest, en of dat goed of slecht is weet ik niet, maar dat is wat ik ben. Dus alle moeilijkheden en obsessies van het leven op een eilandje, alle klasse-, sexe- en religieuze problemen die resoneren in Engeland, dat alles zit in de muziek. Over het algemeen schrijf ik nu überhaupt vanuit een wat persoonlijker perspectief. Ik ben lang genoeg op de bres gesprongen voor dingen. Uiteindelijk is het veel interessanter hoe individuen denken en voelen en doen, dan een of andere ideologie. Politiek en kunst zijn ongemakkelijke partners. Zeker in muziek, waarin sommigen uiteindelijk alibi's voor moordenaars lopen te zingen.
PW – Dus als je eens goed naar je teksten van de laatste tien jaar kijkt, zou ik zeggen dat een groot deel ervan gaat over de tegenstrijdigheden, de gekte en de chaos van het Engelse leven.
TW – Absoluut!
PW – In plaats van gewoon te zeggen: 'is het niet geweldig, laten we met de vlag gaan zwaaien', lijkt het te zeggen: 'kijk eens wat er gebeurt in deze cultuur, en hoe raar dat is.' Is dat een eerlijk commentaar op je werk?
TW – Ik schaam me altijd een beetje voor dat vlaggezwaaien. Ik vind de kitschwaarde ervan leuk, maar ik weet ook dat het kitsch zou
moeten zijn. Dus die hele tegenstrijdigheid van het Engelse... er is volgens mij een gezegde: 'dappere soldaten, laffe burgers' - geef ze een uniform en een medaille en ze sterven voor je, maar normaal zijn ze niet vooruit te branden. Ook is er nog het hele klasse-probleem, wat veel Europeanen niet begrijpen, volgens mij. Weet je, je kunt je mond opentrekken in een pub en de helft van de mensen heeft gewoon een hekel aan je - misschien nu niet meer zoveel, maar het is er nog wel. Wat betreft sexuele bekrompenheid, ik kwam uit een nogal repressief arbeidersgezin; mijn ouders kleedden zich niet eens uit in elkaars bijzijn. Ik weet dat dat belachelijk klinkt, maar het gebeurt en dat heeft z'n uitwerking op je. Mijn vader was... -nog een reden dat ik nu over dit soort dingen kan praten, waar m'n vrouw me op wees, is dat met een hoop van die politieke dingen, toen mijn ouders nog leefden, wilde ik niet dat dat naar buiten kwam. Mijn vader was een van de bevrijders van het concentratiekamp Neuengamme; hij had een wandelstok... -toen ik in het NF zat heb ik dat verdrongen, maar ik herinnerde me dat het een wandelstok was die gemaakt was door een van de gevangen als dank voor de bevrijders. Het was een mooi ding met de naam van het kamp erop. Nu mijn ouders dood zijn voel ik me meer op mijn gemak om over dit soort dingen te praten.
PW – Hoe beschouw je jezelf nu? Soms zou je omschreven kunnen worden als liberaal. Denk je dat dat klopt?
TW – In bepaalde opzichten ben ik liberaal, maar er zijn bepaalde dingen waar ik een sterke mening over heb: mensen die wreed zijn tegen dieren; verkrachters en pedofielen, pestkoppen over het algemeen, denk ik. Ik ben nog steeds een fascist :-) wanneer het op dergelijke dingen aankomt. Maar afgezien daarvan vind ik dat als mensen anderen geen kwaad doen, ze moeten mogen doen wat ze willen. Dat is ook zo iets van extreem-rechts, die irrationele haat tegenover homosexuelen; mensen kunnen van mening verschillen, maar niemand zou moeten worden vermoord of gediscrimineerd vanwege hun bedpartner.
RM – Ik denk dat het voor mij makkelijker is, omdat ik Tony's muziek al sinds de beginjaren volg. Een vriend van mij introduceerde
Sol Invictus en
Death in June aan mij. Ik voelde me aangetrokken tot Tony's muziek, omdat hij denk ik misschien onbewust een geslaagde muzikale formule heeft ontwikkeld, waarin je ideeën, idealen en meningen in de teksten worden uit gedrukt, samen met een soort experimentele folkstijl (de folk symboliseert natuurlijk ook een gevoel van samenzijn), met nog een laagje agressie, woede, schoonheid, mystiek, het occulte, en vele anderen sferen en emoties.
PW – Dus op het muzikale vlak had je al een sterk gevoel voor waar Sol mee bezig was?
RM – Zeker, ik vond het prachtig waar Sol voor stond, de teksten en de manier waarop er in de teksten gehint en verborgen wordt - dat heeft een sterk effect. Ook nog die goede ouwe Engelse humor, het gevatte taalgebruik, insinuaties - dat alles is Tony als artiest!
PW – Hoe zit dat met je achtergrond als Orthodoxe Israelische Jood? Hoe voelde het toen je over Tony's verleden hoorde?
RM – Ik bekijk dingen op een gezonde manier, je beoordeelt iemand nooit op zijn meningen, alleen op zijn daden. Als de goede man iemand had vermoord of iets dergelijks, dan zou ik zeker niks met hem te maken willen hebben. Iedereen maakt veranderingen door, en we groeien altijd. Ik moet toegeven dat het raar klinkt, maar ik wist niets over Tony's verleden totdat ik hem ontmoette; ik heb zelf niet de behoefte om details te weten over muzikanten, behalve de muziek. Ik wist wel vagelijk dat er iets was met DIJ en aanverwanten, maar heb me er nooit in verdiept of mee bemoeid; zo ben ik niet, ik hou daar niet van, en ik hou er niet van als iemand het bij mij doet. Na onze eerste ontmoeting mailde Tony me een oprechte e-mail over zijn verleden, en toen kwam ik er achter dat hij de herrieschopper was. Ik had respect voor zijn openheid en het goede dat hij nastreeft, dus ik had geen bedenktijd nodig en antwoorde: 'ja, we gaan samenwerken!' Ik heb met grote namen in het wereldje gewerkt, en ik noem geen namen, maar er zijn er die meer kwaad hebben gedaan en anti-Semitisch waren; mensen waarvan je het niet verwacht, maar vaak hebben ze een efficiënte vermomming.
PW – Dus nu jullie samenwerking in Tursa, maak je er nu zowel creatief als financiëel deel van uit?
RM – Ja, ik ben creatief en financiëel partner.
PW – Sol heeft het neofolk labeltje aan zich hangen, iets dat soms logisch en soms helemaal niet, en jij komt uit een achterground waarin je naar een breed scala aan muziek geluisterd hebt; zie je deze labeltjes als nuttig voor een publiek of categorisering?
RM – Ik hou eigenlijk niet van labeltjes of categorieën. Ik hou er niet van om mijn kunst of intenties uit te leggen, en zou ook niet willen dat het nodig was. Het is aan ieder individu om het in zich op te nemen en te ervaren. De winkels moeten dan meer zien hoe ze het categoriseren voor efficiëntie van de verkoop. Het neofolk-labeltje werkt wel, zolang de artiest maar niet neigt naar het beperken van de eigen creativiteit en visie tot één stijl. Artiesten moeten de neofolk-vlag niet gebruiken als een stijl die kan stagneren, en niet meer verder ontwikkeld wordt. Ik vind het vrij ongelukkig dat de neofolk een reputatie heeft waardoor het gekoppeld wordt aand bepaalde bewegingen en idealen; wat mij betreft zijn veel artiesten die ik de laatste tijd heb gehoord na-apers en sommigen doen het helemaal verkeerd, of hebben het gewoon niet begrepen.
PW – Een andere ontwikkeling op het moment is Orchestra Noir. Er zijn twee eerdere projecten die de klassieke kant opgingen; wat is de aanpak met het nieuwe ON-project?
TW – Het heeft niet zoveel martial elementen meer; ik heb echt mijn buik vol van al die martial acts, Casio-panzerdivisies, plastic drums, etc. Richard [Moult] en ik, toen we voor het eerst samenkwamen hiervoor, wilde iets emotionelers, persoonlijkers doen, maar met klassieke en andere ideeën erin.
PW – Is het meer een band of eenheid geworden?
TW – In eerste instantie was het in Frankrijk gebaseerd, maar nu in Groot-Britannië. Veel van de mensen zitten nu in Londen of Zuid-Oost-Engeland, dus we kunnen veel makkelijker bij elkaar komen. Hopelijk kunnen we nu ook echt optreden. Dat zal niet makkelijk worden, gezien de huidige aard van de dingen (de kosten van het optreden), namelijk dat er tot tien mensen bij betrokken zijn. Maar de kern van het project is mijzelf, Richard (Moult), Reeve, en Mark (Baigent), de gruwelijk getalendeerde hoboïst die we allemaal haten. Er zit heel veel potentiëel in; eerder deed ik het spelen, en iemand anders het arrangeren, maar nu is het veel meer. Niet echt een democratische band, want de ideeën komen nog steeds oorspronkelijk van mij, maar Reeve is er ook bij betrokken. Dus voor bijvoorbeeld het nummer "The Last Train" stuurde Richard mij een pianostukje, daarvan was er een stuk dat ik leuk vond, dus dat loopte ik, schreef er wat bas en teksten bij, en toen werd de rest erbij betrokken. Reeve heeft een erg goed percussiestuk gemaakt dat de richting van het stuk weer heeft veranderd, dus het is een erg interessant project.
RM – Het nummer "Unto Eden" is een voorbeeld van de nieuwe richting waarin we misschien gaan met ON, niet op het huidige album, maar zeker wel op het volgende.
PW – Dus in hoeveel projecten zit je nou, zijn het er zeven? Waarom denk je dat je er zoveel hebt?
TW – Volgens mij klopt dat wel ongeveer, ik weet het niet zeker. Ik vind die kant ervan heel leuk, en ik haat de zakelijke kant, en Reeve kan naast de artistieke kant ook de zakelijke kant regelen. I denk dat sommige projecten, zoals
The Triple Tree bijvoorbeeld - het
M.R. James-project; oorspronkelijk was dat een project voor
Orchestra Noir, maar het leek daar iets te rigide voor, dus zijn Andrew King en ik dat project gestart. Dus al deze projecten ontstaan omdat er gewoon zo'n grote groep aan fantastische muzikanten is, en binnen de Tursa-familie lijken er geen grote ego's rond te lopen. Ik zit al een hele tijd in de muziek, en ik weet niet wie het ergst zijn met het combineren van ego en talent: acteurs in opleiding of muzikanten. Maar binnen Tursa hebben we een geweldige groep muzikanten die geen behoefte hebben aan grote ego's; ze weten dat ze goed zijn, en dat weet ik ook. We respecteren elkaar allemaal, en er zijn nog geen problemen geweest. Ik weet nooit zeker of degenen met de grootste ego's ook het minste talent hebben?
Wat betreft
The Triple Tree, dat begon als een eenmalig project voor Woven Wheat Whispers, een geweldige online site van Mark Coyle. Hij is echt een roemloze held binnen de folkwereld, en ik ben trots dat de Tursa catalogus er deel van uit mag maken.
PW – Als mensen van buiten naar Tursa kijken, en ze weten niets over de ontwikkeling ervan, of Tony's ontwikkeling, en ze kijken naar iemand als Richard Moult, en gaan dan vragen stellen: waar komt hij vandaan, hij had banden met een organisatie aan de extreme kanten van het Satanisme en Nationaal-Socialisme, heeft hij die ideeën nog steeds? Hij is hier zelf niet, dus hij kan er niet over praten, maar hou zou jij die verhouding omschrijven?
TW – Het bizarre is dat ik tot voor kort nog niets wist over Richard's verleden, and toen het uitkwam dacht 'oh nee, dit is de natte droom van iedere samenzweringsfreak'. Ik leerde hem kennen via
Current 93 en zijn artwork, en ik dacht dat zijn werk goed zou zijn voor een album. Toen ik over een soloalbum begon te denken heb ik contact met hem opgenomen en gezegd 'ik vind je artwork echt mooi, en wil je er een voor mij doen.' Hij zei dat hij dat graag wou doen, en zo raakten we aan de praat, en hij zei dat hij het materiaal van
Orchestra Noir erg goed vond, en dat als we ooit iemand nodig hadden voor op de toetsen, dat hij dat wel leuk zou vinden. Dus we begonnen samen te werken en zoals wel vaker tegenwoordig ontmoet je elkaar niet persoonlijk, je stuurt gewoon dingen op en werkt eraan. Maar een keer kwam hij naar Londen om wat met ons te doen, en ik vond het wel een goede gelegenheid voor een gesprek. Vanwege mijn verleden vertel ik mensen daar het liefst over; dat deed ik bij Reeve omdat hij Joods is, bij Lesley en Caroline omdat ze lesbiënne zijn.
RM - Ja, hij stuurde me een email, en we hebben gepraat en toen dacht ik: 'mooi, deze persoon is erg oprecht.'
TW – Er hangt altijd een donkere wolk boven je, zeker als mensen een goede reden hebben om gekwetst te zijn door mijn verleden. Maar Richard was gewoon een schilder uit Wales, dus hij kwam en we waren aan het werk, en ik dacht 'ik maak een kop thee voor hem en dan vertel ik het hem.' Dus ik zei "Richard, ik moet je wat vertellen..." en hij zei "nou, ik jou ook..." Ik zei: "weet je van mijn verleden?" en hij zei "oh ja, daar weet ik alles van, maak je geen zorgen." Toen zei hij: "ken je de groep The Order of the Nine Angles?" en ik dacht 'oh mijn god, natuurlijk ken ik die: David-bloody-Myatt!' [
Wikipedia] Voor mij kunnen dat soort dingen echt niet door de beugel, waar die Myatt ook mee bezig is geweest, of het nu extreem-rechtse politiek, magische en Islamitische dingen is, de diepere kern is altijd een virulent anti-Semitisme geweest. Voor mij gaat dat echt te ver, en zou daar nooit sympathie voor hebben, en dat weet Richard. Als ik zou vermoeden dat Richard nog steeds betrokken zou zijn bij die dingen dan was het vaarwel. Maar ja, ik heb ook mensen waar ik mee wou werken over mijn verleden moeten vertellen, zoals Reeve, Caroline en Lesley, en zij zijn erg begripvol en hoffelijk geweest, dus wat moet ik dan wanneer iemand zoiets dergelijks tegen mij vertelt? Ik kon moeilijk zeggen dat hij op moest rotten. In het begin dacht ik even dat als ik even zou gaan pissen en terugkwam dat de kat dan met opengesneden strot in een pentagram zou liggen, maar hij verzekerde me dat dit tien jaar geleden was en dat hij er nu geheel afstand van heeft genomen. Dus ik dacht: 'OK, als het echt in het verleden ligt, dan werken we verder samen', maar ik weet dat dit voor problemen gaat zorgen en dat mensen het gaan gebruiken om problemen te maken. Maar hij is er erg gevoelig over, en hij vindt echt dat hij dom is geweest; we weten echter dat als het
niet in het verleden zou liggen dat de samenwerking dan voorbij zou zijn. Voor mij kan al dat gedoe met David Copeland [terrorist, beïnvloed door Myatt:
Wikipedia] echt niet door de beugel. Ik heb zelf genoeg beschamende, vreselijke dingen gedaan, dus ik zou wel erg hypocriet zijn als ik Richard niet met respect zou behandelen wanneer hij zegt dat hij die ideeën achter zich heeft gelaten. Maar goed, als je er van buitenaf naar zou kijken, dan denk je: 'kijk toch eens naar die verbindingen', maar ik wist dat toen niet en nu hebben we dat allemaal opgelost. Als ik deel uitmaak van een ondergroundse occulte beweging die onze popkindjes probeert te corrumperen dan denk ik dat ik iets subtieler te werk zou gaan.
PW – Een andere kant hiervan, afgezien van politiek, is de klassieke en operakant die Richard aan het Orchestra Noir-project heeft toegevoegd. Hij heeft een achtergrond in het interpreteren van het werk van Britten en pastorale muziek, en lijkt een extra element te hebben aangeleverd.
TW – Jazeker, dat klopt. Er zijn verschillende invloeden mee gemoeid, maar ze werken erg goed samen, en iedereen die erbij betrokken is zegt dat ze het een bijzonder project vinden.
RM – Ja, klassiek, experimenteel, ambient, zelfs wat popelementen - er is maar weinig wat hier op lijkt op het moment. De manier waarop we de muziek spelen brengt een emotionele reactie voort, sterk en zacht tegelijkertijd; intelligente en elegante liederen, en we vinden het resultaat allemaal erg goed - het is een erg sterke band!
PW – Eerst was het allen jouw zang, maar komen er ook wat zangeressen bij. Wat is daar de reden voor?
TW – Ik ben niet de grootste fan van mij eigen stem, en ik vind dat er bij dit project behoefte is aan contrast; de vrouwelijke stem stuurt het nieuwe richting op en geeft het een andere sfeer. Het contrast tussen de twee is goed, de melodieën worden interessanter. Bij het project heb je Mark Baigent, die een van de best hoboïsten in Europa is, en klassiek geschoold, maar hij kan improviseren en dat voegt veel toe aan het geluid en bast bij verschillende stemmen.
RM – Hij is geweldig, hij kan echt alles met z'n hobo!
TW – Dan heb je mij nog, ik ken niet zoveel akkoorden, ik speel gewoon wat ik speel. Maar daarmee, en dan met Reeve en Guy (Harries), die geweldige muzikanten zijn, loopt het echt lekker, en er heerst een goed gevoel over de groep.
PW – Er is dus een album dat wordt afgemaakt en dat volgend jaar wordt uitgebracht; op welk label?
TW – Dat weten we nog niet. We laten alle opties open, want we weten nog niet waar we heen moeten. Het is een erg belangrijke release, en ik wil niet dat hij langzaam de wereld in druppelt en duizend exemplaren verkoopt. Dus we willen het juiste label dat het echt gaat pushen en promoten.
PW - Jij, Reeve, brengt bij Orchestra Noir veel nieuwe sferen in de muziek, vooral qua percussie.
RM – Ja, ik kijk naar ieder nummer, en kijk wat nodig is, ontbreekt, of wat het goed laat werken. Ik ben van nature een percussionist en ik neig altijd naar ritmes, maar uiteindelijk kijken we samen naar de productie en het imago van het project.
PW – En wat zijn de plannen voor Sol Invictus?
TW – Er staat een album gepland voor 2008, dat momenteel
The Cruelest Month heet. Het vorige album was uit 2005, en deze heeft al vele stadia meegemaakt. Het ligt al vele maanden te rijpen. Het is begonnen met gitaar en zang als basis, en sindsdien hebben we een hoop toegevoegd, dat later misschien weer eraf gehaald kan worden als we bij de eindmix komen. Reeve heeft wat ideeën voor cello- en trompetstukken, dus we gaan er zeker weer tijd aan besteden, want het is ook een belangrijke release. Het wordt het eerste studioalbum met deze bezetting, dus we gaan er de tijd voor nemen om het goed te krijgen. Maar ik ben erg blij met de manier waarop het nu gaat, en ik denk dat het wel een goede plaat wordt.
PW – Behalve Orchestra Noir en Sol Invictus, wat gebeurt er met The Triple Tree en Grey Force Wakeford?
TW –
Grey Force Wakeford (een samenwerking van Tony Wakeford, Kris Force en Nick Grey) is helemaal af als album. Athanor gaat dat volgend jaar uitbrengen.
The Triple Tree komt in Januari uit op Cold Spring. Daarnaast hebben Renée en ik nog een concert in Noorwegen gedaan, bij een communistische promotor nog wel, en vrienden van hem hebben een band die vooral a capella dingen doen, met een beetje percussie, maar echt heel erg mooi. Dus misschien gaan we nog wat met hun doen voor Tursa, of met
Orchestra Noir en brengen we iets uit.
PW – Dus je gebruikt Tursa voor sommige projecten, en andere labels voor andere, zoals Cold Spring bijvoorbeeld. Die hebben een CD uitgebracht van een concert van vorig jaar. Hoe loopt de samenwerking met hun?
TW – Ja, die relatie is goed. Justin heeft ons veel gesteund na het fiasco met World Serpent. Het is fijn dat hij gewoon een goede jongen is, en hij is erg aardig tegen ons. Hij had een goed concert georganiseerd, en de compilate uitgebracht, dus hij is geweldig geweest. Ik vind niet alles leuk wat op het label is uitgebracht, maar dat kun je van ieder label zeggen, en het is zijn ding. Dus ja, hij heeft me altijd eerlijk behandeld en hij vindt
The Triple Tree leuk. God, dat klinkt zo slijmerig... Hij is een achterlijke gladiool en Cold Spring is gewoon een dekmantel voor het smokkelen van dwergen naar Engeland. Het zou verboden moeten worden!
PW – Dus op een bepaalde manier is dit een voorbeeld van de diversificatie van de muziekindustrie, het gebruiken van verschillende labels, en kijken hoe ze je in contact kunnen brengen met een bepaald publiek, enz.?
TW – Precies, het Tursa-logo komt wel op alle albums, maar we gebruiken veel verschillende labels, en we zien onszelf bijna als puur een productielabel. Maar die kant gaat de industrie ook op; het gaat allemaal om diversificatie, en de hele industrie is op het moment in beweging.
PW – En hoe zit het met jouw projecten, Reeve?
RM – Ik heb een project
iNiT, en ook
Hatch met mijn goede vriend en collega Guy Harries, die ik al twaalf jaar ken, en ik ben trots op die projecten.
iNit is electronische pop/rock met invloeden uit het Midden-Oosten, en mensen lijken het leuk te vinden en dansbaar. Met
iNit zijn we op zoek naar een groot label, aangezien het pop- en dance-geöriënteerde muziek is. Ook werk ik en treed ook op onder de naam
M, en ik heb een paar onuitgebrachte albums, waaronder een dubbelalbum/meesterwerk met
Jarboe van
Swans, en die komt uit wanneer de tijd er rijp voor is!
Ik produceer en speel ook in
The Miller Test, ook op Tursa, en
Zunroyz, wat een band is die ik op verzoek heb samengesteld voor een aantal erg succesvolle shows. Daarna werd ik gestimuleerd om er een album mee te maken, en toen ik Tony een exemplaar had gegeven besloten we het bij Tursa onder te brengen.
PW – Zijn er nog andere projecten waar je mee bezig bent op het moment, Tony?
TW- Ik werk nog aan een soloalbum voor het Israelische label The Eastern Front. I heb Tanya en Igor, die het label runnen, ontmoet toen ik in Tel Aviv verbleef. Het album gaat
Not All Of Me Will Die en is gebaseerd op de gedichten van de Poolse dichteres Zuzanna Ginczanka. Ik maak gebruik van de talenten van de mensen van
Zunroyz,
Sol Invictus en
Orchestra Noir op het album. Ik ben erg tevreden over hoe het tot nu toe gaat. Ik vind de weinige gedichten van haar die in het Engels zijn vertaald erg ontroerend en krachtig. Ze is door de Nazi's in Krakow doodgeschoten vlak voor het einde van de oorlog. Ze was aan hun verraden door een van haar buren. Haar werk werd genegeerd door de Communisten; blijkbaar was ze geen favoriet van Ome Jozef vanwege haar Joodse achtergrond en vrienden in het Poolse verzet.
Daarmee maakte ik mijn courgettetaart en thee met sojamelk op, zei vaarwel, en ging op weg naar de uitgang. Tursa en de individuen erachter, als een productielabel en groep muzikanten, maken muziek met een echte kwaliteit, die veel verder reikt dan het beperkte neofolkgenre, terwijl het toch de band met het publiek onderhoudt. Tony Wakeford heeft een interessante en productieve samenwerking met Reeve Malka opgebouwd, en een kijkje op de verschillende MySpace-pagina's van Sol Invictus, Orchestra Noir, The Triple Tree, Grey Force Wakeford and Tursa laat de muzikale breedte zien die Wakeford voortbrengt. Het verhaal van Tursa is er ook een van verandering. Tony Wakerford's persoonlijke reis weerspiegelt deze verandering, en laat zien hoe een simplistisch beeld van iemand politieke verleden nooit kan laten zien waar iemand nu voor staat. Wakeford lijkt in het reine met zichzelf en staat erg open voor discussies over een periode in zijn leven die nu voorgoed achter hem ligt. The toekomst ziet er steeds beter uit voor de verschillende Tursa-projecten van de laatste jaren, en het label streeft ernaar een baken te zijn voor onafhankelijke muziek en productie in de 21e eeuw.
[Interview met Tony Wakeford en Reeve Malka, Londen, September 2007.
Geschreven en ondernomen door Peter Webb, Februari 2008.
Vertaling door O.S., Februari 2008.]