Interview met Sean Breadin (Sedayne)

April 2008 - door O.S.



Alle foto's zijn eigendom van Sedayne.

Waar liggen de wortels van jouw leven als verteller en muzikant - en waren ze vanaf het begin al met elkaar verweven?

De eerste keer dat muziek echt persoonlijk belangrijk voor me werd was toen ik een houten fluitje kreeg van mijn grootouders, die ze hadden meegenomen van vakantie in Joegoslavië, zo rond 1968 - toen was ik zes of zeven. Die nam ik toen mee naar blokfluitles op school en de onderwijzer zei dat het geen fatsoenlijk instrument was. Sindsien voel ik me aangetrokken tot kleine instrumenten - rare vondsten, houten spulletjes, etnografische zaken en andere exotische troepjes en snuisterijen, die werden gecombineerd met verschillende aspecten van folklore en traditionele narratieven uit zowel mijn thuis Northumbria en verder, met name Noorwegen. Het een heeft altijd in relatie tot het ander gestaan, in zoverre dat ik ze niet los van elkaar kan zien.

Je hebt veel verschillende muzikale projecten (Sedayne, Eleanor's Visceral Tomb, Shibboleth, Venereum Arvum, DH7) Kun je ons iets vertellen over de ideeën die daar achter zitten, en of ze zich richten op specifieke muzikale en culturele thema's?

De muziek is belangrijker dan ikzelf - ik zie mezelf puur als medium, dus ik gebruik de verschillende namen om een afstand te scheppen met het persoonlijke. Sedayne komt van een anagram van Sean Breadin, net als Sabrina Eden, wat de naam is die ik op YouTube gebruik. Eleanor's Visceral Tomb is mijn idee van de ideale band - ik heb door de jaren heen in veel bands gezeten, maar die waren geen van allen totaal geslaagd, dus EVT is mijn blije band; gewoon ik met m'n 8-track! DH7 komt van mijn oude postcode in Durham - sinds we naar Lancashire verhuisd zijn heb ik de naam veranderd in The Ha-Ha (Ik heb FY8 geprobeerd, maar dat klonk toch niet zo lekker!). The Ha-Ha is nog zo'n ideale band, maar dan met een focus op electronica, loops en samples, in plaats van de natuurlijke klank van verschillende akoestische instrumenten. Venereum Arvum is Rachel en ik als duo, en dat is helemaal een gelukkige band, en Shibboleth is een duo dat ik zo nu en dan met Clive Powell vorm, als sinds 1980, vandaar de naam. Er zijn nog andere namen die ik gebruik, zoals Sundog, mijn sjamanistische alter-ego; dat wil zeggen, de 'ik' die ik ongetwijfeld zou zijn als het verstand niet in de weg zou staan.

Waarom heb je 'Horse Head in Winterland' onder je eigen naam uitgebracht?

Horse-Head gaat over het vereffenen van oude rekeningen - het gaat terug naar 1981, toen ik die draailier had gebouwd. Ik wilde iets van mijn oude zelf opnieuw oproepen in die muziek, terug gaan naar het ideaal van een soort pure geïmproviseerde akoestische folk/noise esthetiek waar ik toen mee bezig was, voordat ik begon vroege muziek proberen te spelen. Het originele idee van Horse-Head was om net te doen alsof het een 'opnieuw ontdekte' archiefopname uit 1981 was, en daarom gebruikte ik mijn eigen naam, maar om de een of andere reden besloot ik dat toch niet te doen, maar de naam bleef. Ik heb As I Live and Breathe (2003) ook als Sean Breadin gedaan, en dat is een van m'n favorieten, alhoewel niet erg veel mensen hem gehoord hebben. As I Live and Breathe was eigenlijk een DH7-project, maar ik heb alles buiten live opgenomen in Northumbria, terwijl Rachel daar foto's van nam - dus het was vanaf het begin al erg persoonlijk. Het was gerelateerd aan hele specifieke landelijke en post-industriële landschappen uit mijn jeugd, met name de sloop van de oude kolencentrale in Blyth, wat ik erg zonde vond.

Wanneer en waarom ben je begonnen met het uitbrengen van je eigen muziek als Plought Myth International?

Ploughmyth komt uit een droom die ik rond 1990 had, waarin ik me de melodie van "Mutton Pie" niet meer kon herinneren - je weet wel, van die dromen waar je net iets wil doen wat je toch echt zou moeten weten, maar je weet het niet meer - dus in die droom verzon ik een ander wijsje dat helemaal niet bij de tekst paste, maar dat nog steeds in mijn hoofd zat toen ik wakker werd, dus die melodie werd Plough Myth, gebaseerd op de eerste regel van "Mutton Pie": 'Now my jolly lads if you want to learn to plough, come to Ironheads and he'll show you how...' - dus op een bepaalde manier bracht het het aardse concept van 'mutton pie' in verband met het hemelse concept van 'the plough'(Ursa Major). Door de jaren heen bleef het hangen, samen met Harvest Myth, dus het leek me wel goed om de naam Ploughmyth als algemene titel voor de muziek te gebruiken, maar ik weet niet meer precies wanneer - mogelijk in het midden van de jaren '90.

Hoe is je samenwerking met Mark Coyle en Woven Wheat Whispers begonnen? Aangezien alle nieuwe Plough Myth-platen ook op WWW te krijgen zijn, lijke het me dat je wel tevreden bent over zijn diensten? Wat voor rol speelt het internet en digitale labels zoals WWW in de folkbeweging van nu, denk je?

Mark nam contact met me op nadat hij over mijn werk had gelezen op Gerald's site [Psyche van het Folk, O.S.], ongeveer een jaar voordat hij met WWW begon. Ik ben niet erg goed in het verhandelen van zelfgemaakte CD-R's, of zelfs een website beheren - om eerlijk te zijn is het nogal een rotklus, dus WWW is erg handig op meerdere niveau's, alhoewel ik nooit weet hoeveel ik er voor moet vragen, en dat is waarom ik de laatste tijd een hoop gratis heb uitgebracht. Ik handel eerder in documenten dan producten - ik denk dat het idee van 'het nieuwste album' compleet anachronistisch is, zeker wanneer je dagelijks met muziek bezig bent. Sun Ra had dit idee met het Saturn-label, waar iedere plaat een editie was van een kosmische krant! Ik denk dat het internet deze opties openlegt, maar ik ben nooit zo blij met het betalen voor MP3's, dus ik probeer alles voor symbolische bedragen te doen of helemaal gratis. Ik denk dat alles van ons bij WWW of gratis is of £3.75 - wat de prijssticker is op mijn oude LP van Back into the Future van The Manband, misschien wel mijn favoriete album ooit. Ik denk dat het nog minder zou moeten - het belangrijkste voor mij is dat mensen de muziek horen, maar zaken zijn zaken. Ik ben mijn eigen website aan het ontmantelen om plek vrij te maken voor meer gratis MP3's, net als de MySpace site. Ik zet er binnenkort nog meer op, voor The Ha-Ha, Sundog & Venereum Arvum.

Je hebt wel eens gezegd dat je ontzag hebt voor de gelijkenissen in de vorm van verhalen, zelfs over lands- taalgrenzen heen. Wat is je kijk op de evolutie van (Indo-Europese) volksverhalen? Hoe denk je dat ze werden verteld in verschillende tijdperken en plaatsen, maar toch nog een gemeenschappelijke vorm hielden met hun 'neven'?

Alle narratieve vormen worden bepaald door de hardware van het menselijke brein, alles van gewone syntaxis tot aan een klassieke sonate. Dat is de aard van taal zelf, op een puur psycho-biologisch niveau, iets waar de mensheid al 35.000 jaar mee te maken heeft, of net zo lang als we de wereld als 'de ander' zien en dingen namen, concepten en verhalen begonnen te geven. Ik heb eens gehoord dat de reden waarom mensen gebitsproblemen hebben die andere mensapen niet hebben is dat de menselijke kaak geëvolueert is om taal te accomoderen i.p.v. gebitsgezondheid - dus is 'nurture' hier sterker dan 'nature'. Persoonljk, als Neo-Gnostische Jesuïstische* Marxist, vind ik dat erg spannend - en als verhalenverteller ook, waar je je bewust bent van functionele aard van traditionele narratieve vormen in relatie tot zowel subjectieve gedachten als objectieve cultuur, en hoe het een met het ander in contact staat door taal. Het feit dat narratieve vormen geen taalgrenzen kennen is sprekend in deze context, zowel qua functie als structuur. Bijvoorbeeld het verhaal dat bekend staat als "Jack and the Good Helpers", waar Jack een groep unieke (en onwaarschijnlijk) vaardige individuen om zich heen verzameld die om onderweg helpen, dat is bekend in Wales, Ierland, Engeland, Schotland, Noorwegen, Zweden en Rusland, en er zitten zelfs elementen van in het verhaal van Baron von Münchhausen. In alle varianten vinden we een vliegende boot, ofwel als hoofdpunt van het verhaal, zoals in Noorwegen, of als een bijzaak, zoals in Wales - je kunt er dus over piekeren, maar uiteindelijk zijn er geen antwoorden. Het is alsof we naar een pauwestaart kijken en bijna worden verleid tot het idee van een schepper omdat we niet kunnen begrijpen hoe zoiets zou kunnen ontstaan.

*Jesuïsme is een seculiere humanistische filosie, direct gebaseerd op de leer en het voorbeeld van Jezus Christus, zonder de religieuze elementen die essentieel zijn in het Christendom.

Kun je voor ons kort een van je favoriete verhalen vertellen, of welke dan ook? Wat fascineert je aan dit verhaal?

Dit is een transcriptie van een van mijn vertellingen van mijn favoriete verhaal, dat ik "Hare's Guts" noem, samen met mijn favoriete traditionele volkslied, "The Innocent Hare" of "Sportsmen Arouse", dat mensen kunnen kennen van zowel The Copper Family als The Young Tradition [zie hieronder voor de transcriptie]. Het verhaal fascineert me omdat het op zo'n beetje alle denkbare niveau's werkt. Op een niveau gaat het over ingewanden en uitwerpselen in een aardse maar erg ceremoniele context, maar op een andere niveau is het duister-sjamanistisch, en even psychologisch als Moby Dick, omdat met enkele basale en fundamentele resonanties van doen heeft - ik gebruik expres niet het woord 'archetypen' vanwege de Jungiaanse boventonen! Misschien staan we tegenwoordig niet meer zo in contact met deze aspecten, en dat is waarom ik het lied erin verwerk, en het raadsel over de kleine bruine koe, die allebei te maken hebben met iets erg fundamenteels in onze relatie tot de donkerdere aspecten van een natuur die bijna verloren is gegaan. Op een ander niveau is het natuurlijk een politieke kritiek op het feodalisme - een ceremoniele vernedering van de autoriteit, en tegelijkertijd een bevestiging ervan. Het is ook nog een erg grappig verhaal.


Hare's Guts / Innocent Hare / Wee Brown Cow
(Transcriptie van een vertellende Sedayne, Hallowe'en 1998. Gezongen tekst is cursief, gesproken tekst in normaal lettertype, omschrijvingen tussen haken)


Sportsmen arouse, the morning is clear, the larks are singing all in the air - repeat that - sportsmen arouse, the morning is clear, the larks are singing all in the air - not bad - try harder next time. Go tell your sweet lover the hounds are out - repeat that - go tell your sweet lover the hounds are out - saddle your horses, your saddles prepare, we'll away to some cover to seek for a hare.

Verse two. We've search the woods and the groves all round, the trial it is over the game it is found. Repeat that. We've search the woods and the groves all round, the trial it is over the game it is found. Then up she springs, through brake she flies - repeat that - then up she springs, through brake she flies - follow, follow the musical horn, sing follow, hark forward the Innocent Hare.

That's the chorus. Sing it again to get it right. Follow, follow the musical horn, sing follow, hark forward the Innocent Hare. Getting better. Our huntsman blows his joyful sound, tally-ho my boys all over the downs - our huntsman blows his joyful sound, tally-ho my boys all over the downs - From the woods to the valleys see how she creeps - from the woods to the valleys see how she creeps - follow, follow the musical horn, sing follow, hark forward the Innocent Hare.

Now sing this - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns. It's a riddle, about the hare - from Country Antrim - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns.

Because, here's Jack, the poacher, the shaman, venturing forth in his dreaming, his waking, his sleeping, telling the story in the ritual darkness of his very soul - the story that tells of how he comes to catch the Brown Hair of the Valley, because for sure he's been after that hare now for more years than he cares to remember - watching it getting ever fatter, ever wilier, ever more elusive, as he comes ever more under its thrall.

Sing - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns. This echoes the sentiments of an ancient English poem - the stag with the leathery horns, the animal that lives in the corn - the animal that all men scorn - but the animal that no one dare name - aye, the animal that no one dare name. All along the green turf she pants for breath - our huntsman he shouts out for death. Repeat that. All along the green turf she pants for breath - our huntsman he shouts out for death. Relope, relope, retiring hare - relope, relope, retiring hare. Follow, follow the musical horn, sing follow, hark forward the innocent hare.

And this one night, when the wind and the moon is high, upon the very night of Hallowe'en, when the hare is standing gazing up at the moon transfixed - on this night does Jack's dream come true, and so he catches that hare - and he kills that hare - and he knocks that hare down with a rock and having killed that hare he takes the knife out of his pocket and opens the belly of that hare and takes out its guts - and stands there - bloodied in the moonlight, this great fat puss of a dead hare in one hand, and in the other - hares guts.

A hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns - sing - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns - sing - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns - a hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns - a hopper of ditches, a cropper of corn a wee brown cow - a wee brown cow - a wee brown cow -

And who should be watching him but the gamekeeper - the shaman, venturing forth in his dreaming, his waking, his sleeping, telling the story in the ritual darkness of his very soul - the story that tells of how he comes to catch the Jack the Poacher of the Valley, because for sure he's been after Jack now for more years than he cares to remember - watching him getting ever fatter, ever wilier, ever more elusive, as he comes ever more under his thrall - and - things have got so bad the man can't even get a decent shite for the thoughts of Jack - retentiveness being the only pleasure of the man's life of course - holding it in, week in, week out, so that he might indulge in one almighty monthly evacuation by way of a purge to the rancidness of his very soul - but this night - seeing Jack there - with the hare, so the contractions come early - a premature delivery indeed, as the gamekeeper must put his moment of triumph on hold, and dash behind a hedge to - unload, and not without some degree of difficulty, being without the luxury of laxatives and tobacco, and a porcelain goesunder - indeed, the very comforts of his monthly purge, as he squats down on the cold ground and labours long and hard to liberate the near-solid incumbent of his bowel, and oh dear me - what a racket he's making.

Jack meanwhile, he's wondering what all the noise is about - so away over the hedge where here he finds the gamekeeper, labouring and grunting and sweating and cursing and groaning until at last there emerges into the world, into the moonlight, at least treacle-black yards of the thing steaming with a mist that flows thick and mysterious over the earth, a shroud to the thing he bore, as the gamekeeper looks down, waiting for stinking mist to clear, wiping the leavings from his arse with a small flat stone as his heart thrills to see what manner of thing he brought forth into the world. But that mist also hides the hand of the poacher - the poacher's hand indeed, which seizing so wondrous on opportunity, deposits the guts of the Brown Hare of the Valley onto the gamekeepers leviathan of a jobby, so that when the mist clears, and gamekeepers gets a better look at his glory - oh dear me, doesn't the blood drain from his face at what he sees there? Mother, Mary and Joseph! I must have strained a bit too hard there, because I appear to have passed rather more than what I ought - rather more indeed than is either healthy or sensible for a man - and, meanwhile, there's Jack the Poacher, away down the road with the hare to the boozer, where he butchers it a with a clear and gives a portion each to the three unfortunate widows of his brothers who were horribly killed another story.

A hopper of ditches, a cropper of corn, a wee brown cow with a pair of leather horns - a hopper of ditches, a cropper of corn a wee brown cow - a wee brown cow - a wee brown cow -

And then, after an hour or so - in comes the gamekeeper himself, walking a wee bit stiff, as you might expect. Tell us your troubles, quoth Jack the Poacher to the gamekeeper - after all, isn't it the truth that all men are equal in the tavern?

And so it is, the gamekeeper tells his tale, recounting the legend of that great steaming incumbent laying out in the moonlight that was the prize of such strenuous labours on his part, but how, when mist cleared - oh dear me - there I saw in the moonlight that I must have laboured rather too hard because hadn't I passed rather more than was strictly necessary or indeed health?

Of course at this point the whole tavern's in absolute uproar.

Don't laugh at me! roars the gamekeeper - do not laugh at me - because -

(significant pause as Sedayne looks over his audience with a leer worthy of Johnny Rotten in the glory days; various members of the audience biting their nails in dread anticipation of the punch-line).

- By the grace of God, and a good stout stick - it's all back up there where it should be!

(audience erupts with gales of nervous laughter, over which Sedayne sings the concluding verse of The Innocent Hare):

- This hare has led us a noble run - success to sportsmen every one. This hare has led us a noble run - success to sportsmen every one. Such a chase she has led us, four hours or more. Such a chase she has led us, four hours or more. Wine and beer we'll drink without fear, we'll drink a success to the innocent hare!
In hoeverre zie jij een verbinding tussen volksverhaal en volkslied?

Ballade-narratieven werken op een manier die te vergelijken is met die van volksverhalen, waardoor we ook ontelbare variaties krijgen op de basisvorm van een lied, van Child tot nog verder. Mijn favoriete folksite op het net, trouwens, is de Max Hunter Folk Song Collection, die zo'n 1.600 veldopnames van volksliederen uit de Ozark Mountains bevat. Het is echt een geweldige plek om rond te hangen, en ook erg belangrijk, zoek mevrouw Pearl Brewer maar eens op en luister naar haar versie van "All Down by the Greenwoodside (The Cruel Mother)" en hoor wat ik bedoel. Ik weet niet of de twee echt met elkaar verbonden zijn - je vindt zelden liedmotieven in verhalen en vice versa. Er zijn natuurlijk uitzonderingen - zoals "King Orfeo (Child #19)" dat gebaseerd is op de Griekse mythe van Orpheus, al is het dan in een tweetalige ballade van de Shetlands - maar dit is erg zeldzaam.

Hoe beschouw jij de kwetsbare balans tussen traditie en innovatie? Aan de ene kant gebruik je veel traditioneel materiaal, zowel in je muziek als in je verhalen. Tegelijkertijd zal iedereen die je muziek kent toch moeten toegeven dat het vaak alles behalve traditioneel is, vergeleken met hoe folk normaal wordt gepresenteerd. Hie zie jij je rol binnen deze traditie?

Ik zie het altijd in de vorm van een drie-eenheid waarin drie aspecten van culturele processen in elkaar grijpen: 1) Het voorouderlijke, het 'oer' - 2) Het historische en traditionele - en 3) Het creatieve en experimentele. Zonder het al te bewust toe te passen ben ik meestal met alle drie bezig - apart of samen. Ik zie mezelf niet als muzikant in enige conventionele zin van het woord - ik ben een vrij-improviserende instrumentele pluralist, die met name geïnteresseerd is in eigenaardige geluiden, en dat ben ik al sinds mijn grootouders veertig jaar geleden dat fluitje voor me kochten - of in ieder geval sinds mijn docent zei dat het geen fatsoenlijk instrument was! Ik heb niet zo veel met conventionele systemen omdat ik ze gewoonweg niet begrijp - zo werkt mijn brein niet; Ik hoor nooit of iets 'vals' is qua toon - of het nu vogelzang is of wat dan ook - dus wat er uit komt heeft meer te maken met een soort lichamelijke schoonheid, en dit staat direct in verband met hoe ik de instrumenten zelf beschouw, maar zelden of nooit binnen een traditionele context. Wanneer ik bijvoorbeeld puur traditionele Engelse volksliederen zing (met Engels bedoel ik de taal, dus uit Engeland, Schotland, Ierland, Australië en Amerika, eigenlijk) gebruik ik een Hongaarse citer of een Turkse viool om mezelf te begeleiden. Geen van beiden zijn traditioneel in enige culturele of muzikale zin, maar toch zijn ze de kracht achter mijn hele begrip van de liederen op een subjectief niveau, wat uiteindelijk het enige is dat telt.
Ik hou van traditionele muziek in een traditionele context, maar daar maak ik niet echt deel van uit, alleen als zanger en verhalenverteller, waar ik wel een beetje een traditionalist of purist ben, maar dat is maar één aspect van wie ik ben, want om de verhalen te begeleiden improviseer ik altijd op de crwth of citera, zwevend op de wind van een levendig soort spontane aanwezigheid. Met muziek hou ik me altijd op een erg intuïtief, spontaan en geïmproviseerd niveau bezig - thema's komen te voorschijn, evenals structuren, maar wat betreft de vorm van die structuren zou ik niet precies kunnen zeggen wat ze op zichzelf zijn, of waarmee ze te vergelijken zijn. Analogieën fascineren me wel - of ze nu verzonnen of reëel zijn - maar dat is zelden bewust. Ik heb misschien een bewust idee, maar geen idee wat het resultaat gaat zijn. Om een voorbeeld te noemen: de hele aard van Sundog wordt bepaald door zijn verzameling mondharpen (op het downloadgedeelte van John Barleycorn Reborn kun je me horen improviseren in de kerk van Kilpeck in Herefordshire, beroemd om zijn Romaanse beeldhouwwerken, waar ik de mondharp gebruik om te communiceren met de galmende/heilige ruimte van de kerk zelf) en ik heb een tijdje gedacht om muziek te maken met alleen mondharpen en zaktrompet, met slechts een vaag idee van hoe dat eigenlijk moet werken, maar wat er uiteindelijk uitkwam was iets heel anders. Ik ben er nog mee aan het werk, maar er staan stukjes van op een recente gratis uitgave op WWW, en een andere op mijn MySpace-pagina.
Ik denk dat het zoiets is als brood bakken - een erg intuïtief proces - maar mensen doen het al duizenden jaren, maar we blijven het doen uit een ander soort noodzakelijkheid, die niet zozeer heeft te maken met bewust traditioneel of historisch willen zijn, of authentiek; het gaat gewoon om het brood bakken. Zo ook simpelweg de voortplanting - waar zouden we zijn zonder voortplanting?