artiest: Twelve Thousand Days
titel: The Devil in the Grain
vorm: CD, MP3
jaar van uitgave: 2001, 2005
uitgever: Iceflower / Trisol (2001), Woven Wheat Whispers (2005)
lengte: 40:52

The Devil in the Grain is het tweede album van Twelve Thousand Days, dat een jaar na hun uitstekende debuutalbum In the Garden of Wild Stars werd uitgebracht. Alhoewel dit album, en eigenlijk de hele band, bijna geen aandacht heeft gekregen van het grootste deel van de alternatieve underground folkgemeenschap, vind ik dit toch een van de sterkste albums van de afgelopen jaren, zowel wat betreft de muziek als het concept. Ondanks hun uitstekende werk van de afgelopen twee jaar, denk ik nog steeds dat dit het beste is wat Alan Trench en Martyn Bates tot nu toe samen hebben bereikt. De rijke instrumentatie op gitaar, andere snaarinstrumenten en effecten, en Martyn's sprankelende zang; het gaat allemaal perfect samen op dit album dat gevuld is met mystieke moderne folkjuweeltjes.

Om te beginnen, is er de titel. Welnu, 'The Devil in the Grain' verwijst naar een wijdverbreid fenomeen in de Europese folklore. Het concept van een geest die in het graan huist komt niet alleen in het Engeland van Bates en Trench voor, maar onder andere ook in Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen. De graangeest kan zowel goed- als kwaadaardig zijn. Sommigen geloofden dat de graangeest verantwoordelijk was voor een vruchtbare oogst, en om een goede oogst voor het komende jaar te garanderen, moesten er offers (zoals de laatste korenaren) of andere handelingen worden verricht. Dit wijdverbreide element in de folkreligie moet ook zijn indruk hebben achtergelaten op de latere geloven, zoals de 'Oogst-Duivel' op het plaatje hiernaast laat zien. Dit bericht staat nu bekend als de eerste melding van graancircels. Dit is echter geen folkloristisch essay, maar een artikel over muziek, laat ik daarom niet verder afdwalen.

Het album verwijst niet letterlijk naar dit volksgeloof, en 'The Devil in the Grain' zorgt meer voor de algemene sfeer, dan voor een inspiratie voor de teksten. Alleen in het titelnummer voelen we de vage energie van een duister wezen, dat nooit helemaal onthuld wordt. Alle nummers hebben echter wel hun wortels stevig in de aarde, de natuur en de jaargetijden, die als medium voor een wijd scala van uitdrukkingen en gevoelens dienen. In dit geval zal ik de tekst voor zichzelf laten spreken:

Song of the Prophet

And the sun falls on this green land
poured from heaven by unknown hands;
The mighty heart beats its slow refrain,
Although we sleep, we will awake again

A thousand thousand thousand years
Locked behind my eyes,
Ancient as the stones and bones,
Beneath the new disguise
You can feel it upon the weald and heath
And where the dancing waters play
The hills are crowned with teeth

This summer
This life

In country
Alive


Zo begint het album, met wat ik zie als een lofzang van moderne folk, een gedreven dans op gitaar, lijsttrommels en tamboerijn. "Beauty is Fading" laat de rustigere en meer duistere zijde van de band zien, met zachte echoënde zang, getokkel en effecten met hoge toon. Dit zet zich door in "All in the May", een van mijn favoriete nummers op dit album. Het heeft die unieke, natuur-mystieke sfeer, en prachtige allitererende en rijmende teksten die een hernieuwde moderne waardering voor eeuwenoude dingen inluiden. Een van mijn andere favorieten is "Whitestone Day", een nummer met een prachtige melodie vol hoop, maar bedrieglijk duistere teksten die rouwen om de vergankelijkheid. Op "Glistening Praise" wordt het geluid gereduceerd tot een niveau wat lijkt op dat in sommige solo-werken van Martyn Bates: een zachte ambientachtergrond, met zachte gitaar en Martyn's stem die de show steelt. Alweer een prachtig nummer. Het uigebreide titelnummer is een excercitie in hypnotiserende, duistere folk, met herhalende melodieën en mysterieuze, echoënde zang. "The Hand of Glory" begint vrij rustig, maar verandert halverwege in een heftig, up-tempo dansnummer, met vervormde gitaren. Het album eindigt zeer rustig, met "Plea", een a capella nummer, met alleen Martyn's echoënde stem, die een nieuwe tekst zingt op een traditionele melodie. Een passende manier om dit uitstekende album te eindigen.

Zoals je hebt gemerkt, staan er geen slechte nummers op dit compacte album. Het sleept je mee van begin tot eind. Trench en Bates hebben hun geluid geperfectioneerd, een geluid dat nog wat primitief klonk op hun eerste album, en hebben hier een gerichte visie aan toegevoegd om iets groots te maken. Vandaag de dag snap ik nog steeds niet waarom dit album zo weinig mensen is opgevallen, omdat het zeker een plaats tussen de klassiekers van de neo- en alternatieve folk verdient. Als je dus op enige manier geïnteresseerd bent in moderne en duistere folk, is er eigenlijk geen enkele reden waarom je dit album niet zou bezitten, laat staan beluisteren.

O.S.
Nummers:

1. Song of the Prophet (2:41)
2. Beauty is Fading (3:37)
3. All in the May (3:00)
4. Darkness Rising (3:28)
5. Dream of You (3:15)
6. Whitestone Day (3:10)
7. Glistening Praise (6:42)
8. The Devil in the Grain (10:04)
9. The Hand of Glory (2:32)
10. Plea (2:23)