artiest: Bohren & Der Club of Gore
titel: Geisterfaust
vorm: CD
jaar van uitgave: 2005
uitgever: Wonder
lengte: 57:44

Waarom dit album als eerste eclipsrecensie van Evening of Light? In eerste instantie lijkt Geisterfaust misschien niet naadloos aan te sluiten bij de meerderheid van de muziek die we hier (zullen) behandelen. Toch geloof ik dat deze plaat beter dan menig andere uitdraagt waar het bij EoL om draait. Het Duitse kwartet Bohren & Der Club of Gore is al bijna vijftien jaar een eigenzinnige groep in de Europese underground. Door velen zijn ze getypeerd als 'doom jazz', een omschrijving waar ik me niet geheel in kan vinden, maar met een goed alternatief kan ik ook niet meteen op de proppen komen. Toch, met name bij deze CD is de verbinding met jazz ver te zoeken, en bovendien is Geisterfaust vele malen trager en kalmer dan het gros van de doom-(metal)bands. Een zekere duistere ambientsfeer is dit album ook niet te ontzeggen, maar de verschillen met 'traditionele' ambientartiesten zijn groot. Zullen we het er op houden dat Bohren duister, experimenteel en origineel is? Dan is ook meteen de vraag uit het begin van deze recensie beantwoord.

Naast relevantie voor het thema van de site is kwaliteit natuurlijk ook een van de vereisten om voor een eclipsrecensie in aanmerking te komen. Over die kwaliteit zal ik het nu verder hebben. Voor diegenen die niet bekend zijn met Bohren, de muziek is ondanks de lastige genretypering niet moeilijk te omschrijven. Lange, instrumentale nummers, opgebouwd uit drums, contrabas, mellotron en saxofoon. Dit alles in een rustig tot extreem laag tempo, met weinig drukte, maar des te meer duistere, enigszins stads-dystopische atmosfeer. Bij mijn weten is deze muziek nog nooit voor film gebruikt, maar ik ben er van overtuigd dat er nog eens een heel geslaagde combinatie van Bohren en iets film noir-achtigs kan komen.

Op Geisterfaust is dit sfeerbeeld bewaard gebleven, maar muzikaal wijkt dit album relatief sterk af van de voorgangers Sunset Mission en Black Earth. De saxofoon is zo goed als afwezig en de nummers zijn nog net een graadje 'leger' dan voorheen. Dit komt het best tot uiting in de opener "Zeigefinger", een kolos van ruim twintig minuten, en wat mij betreft hét essentiele Bohren-nummer. Twee thema's worden tergend langzaam (ongeveer 10 BPM!) uitgewerkt. Het lijkt teveel van het goede, maar het werkt hier des te beter, en dit is simpelweg een van de meest dreigende nummers die ik ooit gehoord heb. Hierna is al ongeveer een derde van het album verstreken en kun je even uitrusten bij "Daumen", een kalme mellotron-solo. "Ringfinger" en "Mittelfinger" zetten de duistere sfeer uit het eerste nummer voort in nog eens twintig minuten, tot het einde aanbreekt in de vorm van "Kleiner Finger". Deze afsluiter klinkt zoals een laatste nummer zou móeten klinken, al kan ik moeilijk uitleggen waar 't 'm in zit. Een relatief opgewekte melodie die gedurende de laatste drie minuten wordt opgepikt door - daar is ie tóch - de saxofoon. Een einde dat vele mogelijkheden openlaat voor de toekomst.

Dit is een heel speciaal album met een thema dat even goed doorgevoerd is als het obscuur is. Een 'geestenvuist', vijf vingers, vijf blaadjes aan een bloem, vijf nummers. Een minimalistisch meesterwerk.

O.S.
Nummers:

1. Zeigefinger (20:28)
2. Daumen (8:06)
3. Ringfinger (9:14)
4. Mittelfinger (12:10)
5. Kleiner Finger (7:46)
Verwante artikelen: