De uthark-theorie en runenmagie in moderne esoterie

28 Januari 2007 - door O.S.

"The Uthark has revealed itself as a very powerful tool for entering the secrets of the runes and for exploring their nightside."
-Thomas Karlsson
De runen zijn het 'alfabet' dat werd gebruikt door de Germaanse volkeren uit het oude Europa. Dit alfabet was het eerste dat werd gebruikt in Noord-Europa, en het werd pas gedurende de Middeleeuwen (geleidelijk) vervangen door het Latijnse schrift. De oudste runenvondsten zijn gedateerd op ongeveer 200 g.j. (gewone jaartelling), en men gaat er van uit dat de runen niet later dan in de eerste eeuw g.j. zijn ontwikkeld.

Over de precieze oorsprong van de runen zijn runologen het niet eens, maar over de grove lijnen van het ontstaansscenario bestaat een algemene consensus. De runentekens vertonen dusdanig veel gelijkenis met mediterrane alfabetten, dat het vrijwel uitgesloten is dat de runen zijn ontstaan zonder invloed van de mediterrane cultuur. Er bestaat nog onduidelijkheid over of het het Latijnse, Griekse of Noord-Etruskische alfabet is geweest dat als voorbeeld heeft gediend voor de runen.

Ook over de exacte redenen van het overnemen van het schrift tast men nog enigszins in het duister. Wel lijkt duidelijk dat de runen al vrij snel voor zowel profane doeleinden (markering van de eigenaar van een object, bijvoorbeeld) als magische en religieuze doeleinden werden gebruikt. Hoe dit precies in zijn werk ging is verre van bekend, alhoewel er natuurlijk wel enige aanleidingen te vinden zijn in de bestaande inscripties. Dit laatste heeft ervoor gezorgd dat er al zeker enkele eeuwen, sinds het vrijwel verdwijnen van het gebruik van de runen, speculatie bestaat over de mogelijke magische toepassingen van het schrift.

In dit artikel zal ik inzoomen op een bepaalde theorie over de magische toepassing van de runen, namelijk de zogenaamde uthark-theorie.[1] Deze theorie werd in de jaren 20 en 30 ontwikkeld door de Zweedse slavist Sigurd Agrell, die zich naast zijn hoofddiscipline ook ijverig bezighield met de runologie. Zijn theorie heeft nooit algemene bijval gevonden in de runologie, maar is wel van invloed geweest op het gebruik van runenmagie in esoterische stromingen. Met name de in Zweden ontstane organisatie Dragon Rouge heeft Agrell's uthark-theorie in zijn eigen magische curriculum verwerkt. Ik zal eerst een beknopte uitleg geven van Agrell's uthark-theorie en zijn ontvangst in de runologie. Daarna zal ik kort uiteenzetten hoe Dragon Rougevoorman Thomas Karlsson de uthark-theorie in een moderne esoterische context plaatst.


Het uitgangspunt van Agrell's uthark-theorie is dat er een uthark-runenrij heeft bestaan. Traditioneel gezien begint het runen-'alfabet' met de tekens {f,u,þ,a,r,k}[2], maar volgens Agrell moet de {f} aan het einde worden geplaatst, zodat de runenrij met {u,þ,a,r,k} begint. Om te begrijpen waarom hij met deze these komt moeten we enkele van Agrell's bevindingen op een rij zetten.

Ten eerste gaat hij er van uit dat de runen zijn afgeleid van een voorbeeld uit de mediterrane wereld, iets waar men vandaag de dag nog steeds van uit gaat, en daarnaast dat ook het magisch gebruik van de runen naar mediterraan voorbeeld is. Agrell vat dit standpunt zo samen:

Die Runenschrift ist nach der Auffassung vieler Runologen von Anfang an eine Zuberschrift gewesen. Weil eine solche nicht durchaus selbständig entstanden sein kann, muss man annehmen, dass die Runenreihe einst im Anschluss an eine in der spätantiken Zeit im römischen Kaiserreich gebrauchte Buchstabenmystik gebildet worden ist. (Agrell 1932: 1)[3]

Voor Agrell staat dus ook vast dat de runen van het begin af aan een magisch doel hebben gediend, iets wat inderdaad in zijn tijd de heersende mening was. Deze consensus werd in 1952 ernstig uitgedaagd door Anders Bæksted in zijn dissertatie Målruner og Troldruner. Bæksted ging er van uit dat de Germaanse cultuur op dat tijdstip nog geen behoefte had aan een schriftcultuur, en dat de runen moeten worden beschouwd als een aanvankelijk triviale uitvinding, zonder veel magische of praktische waarde.[4] Op deze visie valt uiteraard ook een hoop af te dingen, en de huidige stand van zaken is wat pragmatischer. De runen zijn gewoon een schriftsysteem, dat al naar gelang de context profane of magische waarde kan hebben.[5]

Hoe dan ook, voor Agrell is een magische toepassing van de runen dus vanzelfsprekend en zelfs primair, en bovendien gevormd naar klassiek voorbeeld. Als basiselement van de lettermagie neemt Agrell de numerieke waarde van de letters, waardoor we dus bij de numerologie terecht komen. Het Griekse alfabet bevat net als de runenrij 24 tekens, die allemaal een waarde van 1 tot 24 kunnen worden toegekend. Toen de Germanen het schrift overnamen, namen ze tegelijkertijd de numerologie over, is zijn standpunt. Om dit aan te tonen moeten er uiteraard overeenkomsten te zien zijn tussen het magisch gebruik van de runen en dat van de klassieke alfabetten. Veel van Agrell's runologische werken zijn dan ook gewijd aan het vergelijken van runeninscripties en individuele runen met hun klassieke tegenhangers.

Hij doet dit op verschillende niveaus. Om te beginnen probeert hij een inhoudelijke correspondentie tussen de runenrij en verschillende klassieke bronnen aan te tonen. In hoofdstuk 6 van Senantik mysteriereligion och nordisk runmagi bespreekt hij bijvoorbeeld uitgebreid een 'voorspellingsapparaat' uit de stad Pergamon, waarop in allerlei vlakken symbolen en Griekse letters zijn aangebracht. Zoals hij aangeeft bevat het apparaat vierentwintig vlakken, en hij relateert vervolgens ieder vlak aan een rune, aan de hand van de symbolische inhoud. Zoals de klassieke letters heeft iedere rune een naam, en daarnaast ook een symbolische betekenis, gerelateerd aan die naam. Door deze betekenis te interpreteren en te vergelijken met de inhoud van de vlakken op het apparaat, stelt Agrell een systeem van correspondenties op. Hij herhaalt dit proces in zijn verschillende werken, steeds met andere bronnen, zoals allerlei handschriften waarin klassieke lettermagie en –numerologie toegepast wordt.

Om het systeem numerologisch goed te laten kloppen, is Agrell tot de conclusie gekomen dat de f-rune niet vooraan, maar achteraan de runenrij geplaatst moet worden. Op die wijze krijgt de u-rune de getalwaarde 1, de t-rune 2, enz. Om een voorbeeld te geven: de u-rune moet de eerste zijn omdat: (a) de runennaam ûruz betekent 'oeros', en het dier wordt in de Mithrasleer en het Zoroastrisme gezien als het eerste van de levende schepselen. (b) ook het Griekse alfa en Hebreeuwse aleph zijn verwant met het dier. Op zijn kant gedraaid is het teken A (net als de u-rune) een schematische weergave van een ossenkop met horens, enz. Op deze wijze draagt Agrell voor iedere rune een weelde aan voorbeelden aan, die zijn precieze plek in de uthark-rij moeten bevestigen.

Vervolgens, als men deze volgorde en dus de getalwaardes aanneemt, zijn er allerlei numerologische patronen aan te wijzen in runeninscripties. Door de getalwaardes van de runen in de inscripties bij elkaar op te tellen, komt Agrell tot allerlei betekenisvolle getallen, die weer te herleiden zijn tot de producten van kleinere getallen met hun respectievelijke betekenis. Zo duidt het veelvuldige gebruik van het getal 10 – bijvoorbeeld in een inscriptie met 100 = 10x10 als totaal waarde – op doodsmagie, aangezien de tiende rune van de uthark, i (‘ijs’), volgens Agrell de doodsrune is.

Vooral op dit laatste proces is Agrell door andere runologen erg afgerekend, omdat het in de praktijk erg moeilijk blijkt om een consistent numerologisch systeem af te leiden uit de runeninscripties die Agrell als bron gebruikt. Dit wordt uitvoerig aangetoond door Bæksted in zijn kritiek op Agrell's theorie.[6] Op de precieze inhoud van de kritiek op de uthark-theorie kan ik hier niet ingaan, maar het is gebleken dat hij historisch niet houdbaar is.


Tegelijkertijd is ook gebleken dat Agrell's uthark-theorie een zekere aantrekkingskracht heeft voor diegenen die zich in de huidige tijd magisch willen bezighouden met runen. De meeste boeken over moderne (esoterische) runenmagie bedienen zich doorgaans van de gebruikelijke futhark-rij, maar Agrell's nalatenschap leeft o.a. voort in de runenmagie van de Zweedse organisatie Dragon Rouge.

Dragon Rouge is een zogenaamde Left Hand Path-religie, wat onder andere inhoudt dat zij de nadruk leggen op een herwaardering van aspecten van het bestaan die door de grote monotheïstische religies laag worden gewaardeerd. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan begrippen als 'het vrouwelijke', 'de duisternis', en zoals de naam al aangeeft, 'dat wat aan de linkerhand ligt', 'het verborgene'. Afgezien hiervan is Dragon Rouge een eclectische religie, die elementen uit verschillende religieuze tradities en mythologieën in haar eigen traditie opneemt. Hier valt bijvoorbeeld te denken aan Qliphotische Kabbalah, Tantra, sjamanisme, en verschillende soorten drakensymboliek. Ook een belangrijk element is de Noordse/Scandinavische tak van de Germaanse mythologie en, daarmee verwant, runenmagie. Op dat laatste zal ik nu verder ingaan. Voor meer informatie over Dragon Rouge kan men de literatuurlijst raadplegen.

Noordse (pre-christelijke) magie en runenmagie zijn onderwerpen van belang voor Dragon Rouge, wat blijkt uit het feit dat er cursussen zijn gegeven over dit onderwerp. De precieze inhoud van deze cursussen is mij onbekend, maar veel ervan is af te leiden uit het boek dat Dragon Rouge-oprichter Thomas Karlsson heeft geschreven over runenmagie: Uthark. Nightside of the Runes. Zoals de titel al aangeeft, maakt Karlsson gebruik van Agrell's uthark-theorie. Hij beschouwt deze theorie als waardevol voor het begrijpen van de 'duistere' kanten van de runen. Hij schrijft in de inleiding:

The runes consist of a light outer form and a dark inner dimension. [...] The runosophy of this book is based on a disputed thought that the rune row is written in a cipher [de futhark-rij, O.S.] to hide its secret meaning from uninitiates. The hidden and dark side of the rune row has been called the Uthark. [...] Many have doubted the historical anchorage of the Uthark and many deep and advanced magical books based on the Futhark have been written. But the Uthark has revealed itself as a very powerful tool for entering the secrets of the runes and for exploring their nightside. (Karlsson 2002: 8)

Karlsson stelt aan de ene kant dat de historische juistheid van de theorie niet geheel relevant is voor zijn huidige magische gebruik, en aan de andere kant geeft hij ook toe dat hij wel wat ziet in Agrell's theorie, vanwege het de uitgebreide numerologische correspondenties. In hoofdstuk twee van zijn boek bespreekt Karlsson de gehele uthark, waarbij hij net als Agrell de nadruk legt op de symbolische waarde van de runen, hun namen en hun getalwaardes. Een belangrijk verschil met het overzicht van Agrell is dat Karlsson de het systeem als gegeven beschouwt, en met name schrijft over de correspondenties binnen de Noordse mythologie en cultuur. Slechts enkele malen verwijst hij naar begrippen uit de klassieke oudheid, wat Agrell uiteraard veel meer doet, om het systeem kracht bij te zetten.

Vervolgens, in hoofdstuk drie, zet Karlsson een geestelijk landschap uiteen aan de hand van de negen werelden van de Noordse mythologie. Zoals bij de sefirot van de Kabbalah, vormen ook deze negen werelden een soort 'levensboom'. Tussen deze werelden zijn vierentwintig paden, iedere gerepresenteerd door een rune. Op deze wijze vormen de runen een manier om te reizen tussen verschillende geestelijke werelden. Karlsson geeft vervolgens verschillende voorbeelden waarin de runen in bepaalde diagrammen kunnen worden gezet om te kunnen nadenken over hun onderlinge relaties.

In hoofdstuk vijf haalt Karlsson de Edda's en de IJslandse saga's aan als historische basis voor praktische runenmagie. Afgeleid van het Eddalied Hávamál geeft hij acht processen weer die onderdeel uitmaken van de runenmagie: "carve, read, colour, test, ask, offer, send, sacrifice". Hij plaatst ieder van deze processen in een praktische context, zodat ze kunnen worden geïnterpreteerd en gebruikt door de lezer.

Het korte hoofdstuk zes is gewijd aan runenyoga, een systeem van nabootsing van de runenvormen met het lichaam, oorspronkelijk ontwikkelt in eerdere Duitse runenesoterie. Karlsson geeft verder weinig inhoudelijk aanvullingen op dit systeem. Ook dit wordt beschouwd als een manier waarop de runen ritueel kunnen worden gebruikt.

Het zevende hoofdstuk beschrijft datgene waarvoor runen in de moderne esoterie het vaakst worden gebruikt: divinatie, oftewel voorspellen. Hier presenteert Karlsson zijn interpretaties van de runen in termen van advies en voorspelling. Hij volgt hier de methode die ook gebruikelijk is bij de uitleg van tarotkaarten, afgezien van een nieuwe suggestie voor een leggingspatroon, gebaseerd op de vijf Noordse elementen aarde, water, lucht, vuur en ijs.

Hoofdstuk acht bevat een vergelijking van Karlsson's 'runosofie' en de Kabblah, waarin hij ook terugverwijst naar de werken van Johannes Bureus, die deze vergelijking al enkele eeuwen geleden maakte. Hier voegt hij een eigen systeem aan toe waarin hij tien runen bij de bijbehorende sefirot plaatst. Uit dergelijke vergelijkingen blijkt duidelijk de brede oriëntatie van de Dragon Rouge, die spirituele verbreding hoog in het vaandel heeft staan.

Het laatste hoofdstuk is misschien het meest relevant in de context van Dragon Rouge, omdat Karlsson hier de uthark in relatie tot "the dark side" plaatst. Hij benadrukt dat er in de Noordse mythologie geen sprake was van een sterke morele scheiding tussen licht en duister. Het licht weerspiegelt orde en harmonie, het duister staat voor onbekende, grote krachten die klaarliggen om ontdekt te worden. Dit sluit naadloos aan bij de praktijk van Dragon Rouge, die sterk is gericht op zulke 'duistere' magie. De uthark staan dus op hun beurt voor de duistere zijde ("nightside") van de runen, de sleutel naar kracht en wijsheid:

The Uthark have [sic] been interpreted as the dark and inner version of the rune row. It begins with two very dark runes which symbolizes the descent to the dark worlds. The Uthark ends with two exact opposites to these runes which represent the ascent from the underworld and illumination in the secrets of the runes. (Karlsson 2002: 126)

Wat volgt is een interpretatie van de verschillende runen als stappen in een reis door de duisternis, op zoek naar verlichting.


Zoals ik heb laten zien leeft de uthark-theorie voort in de huidige praktische runenmagie van Thomas Karlsson en Dragon Rouge. Uiteraard zijn er enkele verschillen op te merken. Voor Agrell was de uthark-theorie puur wetenschappelijk, en er op gericht om aan te tonen dat de runenrij net zo geschikt was voor getal- en lettermagische doeleinden als andere alfabetten. Bovendien was Agrell van mening dat de runen ook daadwerkelijk zijn gebruikt in een specifiek numerologische context, in verschillende inscripties.

Karlsson neemt afstand van deze vermeende historische achtergrond en is met name geïnteresseerd in de huidige, magische merites van de uthark-theorie. Hij interpreteert de uthark als de duistere, magische tegenhanger van de futhark. Het gebruik van de uthark-theorie geeft de runenmagiër vele numerologische en correspondentiële mogelijkheden, en dit maakt de theorie dan ook uitermate geschikt voor zowel theoretisch als praktisch gebruik binnen de beweging van Dragon Rouge. Doordat het mogelijk is om vergelijkingen te maken met verschillende andere magische systemen kunnen ook de runen worden opgenomen in het eclectische stelsel van Dragon Rouge-magie.
[1] Het dikdrukken van runentranscripties is een runologische conventie om aan te geven dat het hier om runentekens gaat.

[2] De þ-rune heeft de klankwaarde van [th] in Engels thin.

[3] [Vertaling O.S.] Het runenschrift is volgens vele runologen al vanaf het begin een toverschrift geweest. Aangezien iets dergelijks niet geheel zelfstandig kan zijn onstaan, moet men aannemen dat de runenrij naar het voorbeeld gevormd is van een lettermystiek die in de laatantieke tijd ergens in het Romeinse keizerrijk werd gebruikt.

[4] Moreover, neither the oldest preserved inscriptions nor the general level of Germanic culture at the beginning of the Christian era, offer sufficient ground for assuming that the Germanic people was in particular need of the newly acquired cultural good of writing. [...] if indeed the runes in origin only amounted to a partly unsuccesful Germanic attempt at acquiring a cultural good, [...] which in a Germanic milieu would bear rather the stamp of a luxury and a plaything, because there was no actual demand for it, then there is no reason for searching each one of the old Fuþork inscriptions for a specially profound significance. (Bæksted 1952: 328)

[5] Inzwischen ist die Auffassung allgemein, [...] daß die Runenschrift je nach Situation und Kontext sakrale, profane oder magische Verwendung finden kann, dieses aber im Einzelfall aufgezeigt und begründet werden muß. (Düwel 2001: 209)

[Vertaling O.S.] Inmiddels is de algemene opvatting dat het runenschrift al naar gelang de situatie en context sacraal, aards of magisch gebruikt kan zijn. Dit moet echter in ieder individueel geval aangetoond worden.

[6] Zie Bæksted 1952: 285-310.

Literatuurlijst:

Agrell, Sigurd (1931). Senantik mysteriereligion och nordisk runmagi. En inledning i den nutida runologiens grundproblem. Stockholm: Albert Bonniers Förlag.
Agrell, Sigurd (1932). Die spätantike Alphabetmystik und die Runenreihe. Lund: C.W.K. Gleerups Förlag.
Bæksted, Anders (1952). Målruner og troldruner. Runemagiske studier. København: Gyldendalske Boghandel – Nordisk Forlag.
Düwel, Klaus (2001). Runenkunde. [3e druk]. Stuttgart, Weimar: Verlag J.B. Metzler.
Granholm, Kennet (2005). Embracing the Dark. The Magic Order of Dragon Rouge- Its Practice in Dark Magic and Meaning Making. Åbo: Åbo Akademi University Press.
Karlsson, Thomas (2002). Uthark. Nightside of the Runes. Sundbyberg: Ouroboros.

"Dragon Rouge : Ordo Draconis et Atri Adamantis". http://www.dragonrouge.net. Officiële Dragon Rouge website.